v de Varkensblaas

 O

 

 o

o

o

o

de Varkensblaas

 

varken

Vroeger, nog voor ik op de lagere school zat, woonden wij op Tongeren. Een buurtgemeenschap tussen de dubbele overweg.
Aan de voorzijde van het huis liep de spoorlijn Boxtel – Tilburg en aan de achterzijde de spoorlijn Boxtel – Den Bosch.
Later zijn we verhuist maar ik ging regelmatig daar terug omdat  mijn vriendjes er nog steeds woonden. Ook mijn vriend Gerritje.
Zijn ouders hadden ieder jaar een varken dat vetgemest werd en geslacht.
Als het zover was zaten wij en de rest van de kinderen uit de buurt er met ons neus bovenop, en mochten we helpen. Er stond een schone grote emmer klaar om het bloed op te vangen voor de bloedworst, en daar moesten wij dan in roeren om het stollen tegen te gaan, terwijl zijn moeder er de spekblokjes in deed.
Een grote bak water om de darmen in schoon te spoelen want daar moest straks de worst in, en nog meer van dat soort dingen. Als het zover was kwam “Schoentjes” de slachter. Dat mocht toen nog gewoon allemaal thuis, en niemand die er iets van zei en niemand die iets vroeg. Die slachter had een riem om zijn buik met allerlei messen en ander tuig die hij nodig scheen te hebben, een pistool om het beest te doden en een grote hakbijl, voor als het beest op de leer gehangen werd. Als het beest eenmaal gedood was, werd eerst het bloed opgevangen en moest degene die moest roeren aan het werk. Als dat klaar was kwam voor ons het spannendste moment. Want wie kreeg de blaas. Die blaas, daar ging het om. Die moest je opblazen en laten drogen en met vastenavond maakte je er een rommelpot (foekkepot) van.
Maar degene die de blaas wou hebben moest eerst het varken zijn kont kussen. Precies zoals hij daar lag. En dat was nou net hetgeen het zo spannend maakte.
“De Schoen” lichte dan het beest zijn krulstaart omhoog, en wachtte wie er zou komen. En als er dan iemand zoveel moed verzamelt had om het te doen, kropen we nog verder naar voren om toch vooral niks te missen. De held ging op zijn knieën zitten, boog zijn kop voorover en net als hij dat dooie beest op zijn kont wilden kussen, drukte de slachter met zijn knie in de zij van dat dier, zodat de laatste stront er nog uit spoot. Wee diegene die de euvele moed had er net met zijn gezicht voor te zitten, kon gelijk zijn kop in een emmer water steken, tot groot genoegen van de kijkers, zowel groot als klein. Maar hij was de gelukkige en kreeg de blaas. De rest moest naar het slachthuis en daar net zo lang blijven schooien tot je er uiteindelijk ook een te pakken had.
  
 

 

                                                                                                     pijl--gif-links
 

 

OOOOOOOOOO OOOOOOOOOO